![]() Foto: Dos Winkel |
|
Tonijn
opfokken een grote ramp |
|
|
Ooit
was de jacht op tonijn zeer inefficiënt. In de Middellandse zee
was vroeger de jacht gericht op reuze tonijnen, zoals de Siciliaanse
mattanza. Maar die tijd is voor de Middellandse Zee reeds lang voorbij.
Sommigen schatten dat het blauwvintonijn bestand met 90% gekrompen
is in vergelijking met 1960. Uiteraard heeft Japan het leeuwenaandeel
aan het uitsterven van deze tonijn. De tonijn is bedreigd. De tonijn is niet meer te vinden in de Noordzee en nog amper te vinden in de Middellandse Zee. Er is ook een nieuwe industrie bijgekomen die een extra bedreiging vormt voor het voortbestaan van tonijn in de Middellandse Zee: tonijn opfokken, vetmesten. Dat is de vangst, het transport en het vetmesten van tonijn in kooien langs de hele Middellandse-Zeekust. Spanje, Malta, Sicilië, Cyprus, Libië en Turkije hebben zich op deze markt gestort als haaien. Industriële vissersboten en sleepboten varen het hele gebied door op zoek naar de overblijvende kleine tonijn, geassisteerd door een hele vloot vliegtuigen en helikopters die ondanks het sterk dalende aantal toch nog scholen (kleine) tonijn kunnen vinden. Tonijn opfokken is een winstgevende activiteit die op de Japanse markt gericht is. In plaats van minder te vissen en de tonijn te laten herstellen, hebben snelle winsten voor nieuwe en grotere vissersboten gezorgd, voor bijkomende opslagfaciliteiten en zelfs voor nieuwe vliegvelden om de tonijn te exporteren. Regeringen hebben een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het stimuleren van deze uitbreiding. Subsidies van de Europese Unie, wel US$34 miljoen sinds 1997, gekoppeld aan grote investeringen uit Japan en Australië hebben zelfs nog grotere vangsten gestimuleerd. Die praktijk heeft geresulteerd in een toename in de vangst van jonge tonijn, en heeft de beheersproblemen nog verergerd. De enorme hoeveelheid
vis die nodig is voor het voeren van gekweekte tonijn is ook een probleem.
Voor het produceren van één kilo tonijn is tot 20 kilo
van vis gemaakt voer nodig. Elk jaar wordt er naar schatting 225 miljoen
kg voer in de Middellandse Zee geworpen, waarvan het meeste uit West-Afrika,
het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan en Amerika komt. Een
rapport heeft onlangs het risico benadrukt van besmettelijke ziekten
bij de plaatselijke vissoorten als gevolg van visvoer, zoals in het
verleden is voorgevallen bij tonijnmestbedrijven in Australië.
De verspreiding van ziekte onder belangrijke plaatselijke visvoorraden
zoals ansjovis of sardine zou een ramp kunnen betekenen voor de plaatselijke
vissers. Een onaanvaardbaar risico.
|